Na 10 jaar lang “achter de haag getrouwd ” te zijn geweest… , gaan we nu “een boterbriefje halen”.
Het woord boterbrief werd vroeger voor de grap gebruikt voor een bepaald soort aflaatbrieven. Een aflaatbrief is een document dat bewijst dat er een ‘aflaat’ is verleend aan iemand. Een aflaat is een kwijtschelding van de straffen die iemand na zijn dood zou krijgen in het vagevuur. (Het vagevuur (letterlijk: ‘reinigend vuur’) is de plaats waar overledenen zouden boeten voor hun (kleine) zonden; daarna werden ze tot de hemel toegelaten.) Het ging bij de boterbrief om een ‘vergunning’ om tijdens de vastendagen boter, kaas, eieren en vlees te eten, zonder daar na je overlijden straf voor te krijgen. In eerste instantie had deze ‘boterbrief’ dus niets met het huwelijk te maken. Later werd boterbriefje ook gebruikt om grappend naar de huwelijksakte te verwijzen: een vergunning om te trouwen. Ook andere officiĆ«le stukken (een akte, een ontslagbrief, een belastingbiljet of een rekening) konden boterbriefje genoemd worden.
Boterbriefje komt sinds het begin van de twintigste eeuw in de betekenis ‘huwelijksakte’ voor. Het woordenboek van Koenen (1912) vermeldt: “scherts(ende) benaming van een officieel stuk: belastingbiljet, trouwbewijs”. Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands komt in Boeventaal (een boek over het Bargoens, uit 1906) het woord boterpapiertje al voor in de betekenis ‘huwelijksakte’.

